Tag Archives: onderduik

De kracht van een foto

Hoe een bijschrift een beeld kan helpen vormen dat de waarheid vertroebelt

Het is nu zeventig jaar na de bevrijding. Gelukkig is er veel indrukwekkend beeldmateriaal overgebleven dat een beeld schetst van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Beelden zijn belangrijk voor de geschiedschrijving omdat zij het geschreven woord kracht bijzetten – en soms zeggen beelden alleen al genoeg. Soms ook lijken beelden iets te suggereren wat in werkelijkheid niet op die manier of op dat moment zo heeft plaatsgevonden. Dit is ook het geval met een wereldberoemde foto van een echtpaar dat dertien onderduikers de oorlog heeft doorgesleept.

Hier het verhaal van die foto en het verhaal achter de mensen op die foto.

 ♣

Bijgaand stuk probeert recht te doen aan de nagedachtenis van mw Elisabeth van Eekeres-Jünge, wereldberoemd (maar toch onbekend) dankzij een – in scène gezette – foto, die de afgelopen zeventig jaar in talloze artikelen, boeken, documentaires en websites is opgenomen, waarbij zij ten onrechte wordt beschreven als onderduiker. Zij verborg, met haar eveneens afgebeelde echtgenoot, dertien mensen in de kelder van hun woning aan de Nes in Amsterdam.
De foto, deel uitmakend van een hele serie, is gemaakt op 7 mei 1945, op een steenworp afstand van de Dam, waar die dag ‘de schietpartij’ plaats had.
‘Tante Ella’ was Rijksduitse. Mijn ouders hebben haar – na de oorlog – goed gekend. Ze was uitzonderlijk.

 

‘TANTE ELLA’ – ONDERDUIK IN DE NES
7 mei aanstaande is het zeventig jaar geleden dat één van de meest iconische foto’s over de onderduik in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd gemaakt. ‘Over’, en niet ‘van’, want het betrof – niet ongebruikelijk – een in scène gezette afbeelding. Het onderschrift waarmee de foto de wereld over ging, “Joodse onderduikers”, was incorrect; de impact van de opname was groot. Het betrof een foto van degenen die jarenlang in de kelder van hun woning mensen verborgen hadden gehouden, maar het plaatje was zo pakkend dat dit detail verloren ging. Wanneer iets eenmaal van een etiket is voorzien, moet wel heel hard worden gekrabd om dit te verwijderen.

Op maandag 7 mei 1945, bereikte begin van de middag een verkenningsvoertuig van de Britse 49th Infantry (‘the Polar Bears’) de Dam, waar zich duizenden mensen bevonden die hun bevrijders wilden begroeten. De verkenners reden terug naar de rand van de stad. Later die middag vielen twintig doden en meer dan honderd gewonden onder de op de Dam verzamelde burgers, bij een schietpartij ten gevolge van een ‘misverstand’ tussen de – ongeoorloofd bewapende – Binnenlandse Strijdkrachten en – nog niet ontwapende – leden van de Kriegsmarine. Pas op 8 mei reden de Canadezen het hart van de stad binnen, om de volgende dag te worden gehuldigd.
Net achter de Dam bevindt zich de Nes, eigenlijk een brede steeg, met een kleurrijke geschiedenis. Kloosters, rederijkerskamers, theaters, bordelen, pak-, veiling- en koffiehuizen hebben door de eeuwen heen het karakter van de straat in hartje Amsterdam bepaald. Negotie, cultuur en uitgaansleven wisselden elkaar af. De chaotische vooroorlogse tabaksveiling in een van de panden werd wel ‘de hel van Frascati’ genoemd. Als ‘culturele hoofdstraat van Amsterdam’ is de Nes nu nog steeds de locatie van theaters als Frascati, (voorheen) De Engelenbak en De Brakke Grond.

Cas Oorthuys (1908-1975), fotograaf en verzetsstrijder, lid van ‘De Ondergedoken Camera’, maakte op diezelfde 7 mei 1945 van de schietpartij op de Dam, foto’s van een ouder echtpaar dat poseerde in de kelder van het adres Nes 118, jarenlang schuilplaats van dertien joden. Eén van deze opnames toont een kalende besnorde man met bril en pijp, lezend, zittend op een klapstoel. Hij is gekleed in een donker pak en draagt een stropdas. Hij ziet er gedistingeerd en cool uit, in weerwil van de rommelige omgeving: kale bakstenen muren, buizen en balken omwonden met isolatiemateriaal, kartonnen en metalen dozen, op een plank glazen potten en sigarenkistjes, hier enkele dekens, daar een kussen. Als decoratie aan de muur een sierbord en twee schilderijtjes; een landschap en een heiligenprent? Een vrouw gekleed in een donkere jurk en een wollen vest leunt, geknield, over een metalen geldkist en twee Victoria biscuit blikken, en lijkt te demonstreren hoe een primitieve kachel werkt.
De foto werd het embleem van de Nederlandse onderduiker. In Pressers Ondergang luidt het bijschrift: “Onderduikers in een geïmproviseerd kelderverblijf”. Talloze publicaties, van Loe de Jong tot Henri van der Zee, foto- en gedenkboeken wereldwijd, The Holocaust Chronicle website, televisiedocumentaires, de permanente expositie in het Joods Historisch Museum in Amsterdam, alle plachten te vermelden dat de foto “(joodse) onderduikers” toont. Inmiddels heeft Oorthuys’ foto, met de rest van zijn omvangrijke archief opgenomen in de collectie van het Nederlands Fotomuseum, een toelichting gekregen die weliswaar geen feitelijke onjuistheden bevat maar evenmin recht doet aan de geschiedenis erachter: “Echtpaar Coen en Ella van Eekeres-Jünge zitten in een kelder onder tabaksfirma Entcomayer, die dienst deed als schuilplaats voor onderduikers, Nes 118, Amsterdam (1945)”.
Dat zij niet de onderduikers waren maar degenen die onderdak hadden geboden, kreeg ik thuis als kind enkele malen per jaar te horen, wanneer de foto weer eens werd gebruikt in de krant of op de televisie. De onderduikers zelf hadden, onmiddellijk na de bevrijding, onder geen beding op de foto gewild. Bij dezelfde gelegenheid maakte Oorthuys veel meer foto’s; ook een nicht, tante Mientje, komt hierop voor.

tanteElla

Midden jaren negentig schreef mijn moeder, naar aanleiding van een oproep in Vrij Nederland, aan Flip Bool, destijds directeur van het Nederlands Fotoarchief en werkend aan De illegale camera 1940-1945. Nederlandse fotografie tijdens de Duitse bezetting. Haar uitleg van wat de foto werkelijk toonde, werd vermeld in een voetnoot in het boek. In 2006 had in De Volkskrant weer een rondje plaatsing en rectificatie plaats; en mijn zus correspondeerde in 2011 met het tijdschrift Quest over het onjuiste bijschrift waarvan het de foto had voorzien.
Nog bij de 4 en 5 mei herdenking in Amsterdam in 2013 werd aangekondigd – een vergissing, misschien veroorzaakt doordat een onderduikster dezelfde voornaam droeg – dat zou worden voorgelezen uit het dagboek van onderduikers Coen en Ella Eekeres-Junge (sic): “Aan het verhaal achter deze onderduik is nog nooit aandacht besteed.” Inderdaad. Een klein stukje van het verhaal ken ik uit de mondelinge overlevering.

 

Tante Ella

In ons gezin behoorde tante Ella tot het cultureel erfgoed. De eerste keer dat ik een foto van haar zag, was op een bidprentje, nadat ze midden jaren zestig, in de tachtig, was overleden. Een mollige vrouw met dikke witte krullen.
Tante Ella was mijn vaders hospita van 1948 tot 1957. Ze woonde met haar echtgenoot oom Coen aan de Nes, op nummer 118, vanwaar ze de kachels in meerdere bedrijfspanden verzorgde. (En mijn toekomstige moeder wees op de belangstelling van de jongeman die bij haar in het souterrain woonde. Mijn ouders zijn nu bijna vijfenzestig jaar samen.)

Elisabeth Jünge, afkomstig uit Radevormwald in het Bergische Land, was naar Nederland gekomen om voor weduwnaar Coen van Eekeres en zijn kinderen te zorgen. Ze waren getrouwd – de kinderen waren inmiddels volwassen- na druk van de pastoor van het kerkje in de Kalverstraat dat ook toen al uitnodigde tot een bezoek met de tekst Een Kwartier voor God. “Ze is nu al zo lang je huishoudster,” zei de priester, die ook wel wist hoe het zat, tegen Coen, “nu moeten jullie maar eens trouwen.” Dezelfde pastoor vond in 1948 voor mijn vader een hospita in Ella. Ze was conciërge van het advocatenkantoor Giltay Veth & Groenewegen aan het Rokin, waar mijn moeder in 1949 ging werken. Samen met Coen zorgde ze ook voor het gebouw van de tabaksfirma Entcomayer aan de Nes 118.
Het echtpaar Van Eekeres – Jünge woonde boven Entcomayer. Beneden waren grote monsterzalen om de tabak uit te stallen en daaronder weer een kelder die begin jaren veertig was ingericht als schuilplaats, waar uiteindelijk dertien mensen hebben verbleven. Coen was een beetje een scharrelaar, die overal een lolletje van leek te maken; deze kwaliteiten, en de bonnen die hij van het verzet ontving, hielpen de onderduikers te voeden, maar het was Ella die hen erdoorheen sleepte.
Na de bevrijding beschuldigden buren aan de overkant Ella ervan dat ze “Duitsers over de vloer had gehad” – alsof ze nazistische sympathieën had gekoesterd. Het ging om haar neef, die, aangemoedigd door zijn familie in Wilhelmshafen, wel eens langskwam. De eerste keer dat hij dit deed, was na donker. De onderduikers mochten ‘s avonds naar boven, om in de woonkamer op de eerste verdieping ‘te luchten’. Toen de bel ging, zag tante Ella via het spionnetje dat er een Duitse soldaat voor de deur stond. Ze deed alsof ze haar neef niet herkende, en hield hem aan de praat om de onderduikers gelegenheid te geven stilletjes naar hun schuilplaats terug te keren. Ook de terugkerende wens van één van haar ‘gasten’ ‘s avonds op straat te wandelen in de Nes, zorgde voor spannende momenten.
Mr Daniël Giltay Veth heeft na de oorlog de naturalisatie van mevrouw van Eekeres tot Nederlandse verzorgd. Mijn ouders namen haar in de jaren vijftig mee op reis, naar Italië en Frankrijk, waarvan ze genoot met een zekere roekeloosheid die leidde tot zonnebrand en vrolijkheid. Ze was eigenwijs, hield van lekker eten en een neutje, en kon ontzettend lachen met mijn oma. Ze stierf in het harnas: terwijl ze de kolenkit naar de kachel in een van haar huizen sleepte.
Vrouw, ‘Rijksduitse’, rooms-katholiek, conciërge, hospita. Mentsh. Ze werd begraven op Buitenveldert. Een boom in Israël, een lintje in Nederland, maar na tien jaar bleek haar graf te zijn geruimd.
In 2013 werd een tijdelijke plaquette aangebracht in de Nes, als monument voor het echtpaar Van Eekeres – Jünge, en voor alle families die onderduikers opvingen.
En meerdere malen per jaar wordt in onze familie door verschillende generaties met warmte over haar gesproken.

© Caroline Weijers
Den Haag, april/mei 2015

 

Overname van het artikel alleen in zijn geheel toegestaan. Gedeeltelijke of aangepaste overname na overleg.
De gehele serie van de in het artkel genoemde foto’s van Cas Oorthuys is terug te vinden op Geheugen van Nederland